Vangstsucces nu correcte maat voor visstand

  Nieuws
  Agenda
  Archief
  Agenda
  Nieuws
  2011
  2010
  2009
  2008
  2007
  2006
  RSS

16 mei 2008
Onderdeel: Wageningen IMARES

Nieuwe gegevens kloppen met realiteit: meer schol in de noord, tong stabiel

Met een nieuwe methode is op basis van EU-logboeken een overzicht gemaakt van het vangstsucces van schol en tong door de boomkorvloot. Dit overzicht is naar de werkgroep van ICES (International Council for the Exploration of the Sea) gestuurd, die jaarlijks de bestandsschattingen uitvoert (WGNSSK). De uitkomsten van het rekenwerk zijn eind april gepresenteerd aan vertegenwoordigers van de visserijsector en het ministerie van LNV. Op verzoek van de sector en LNV heeft Floor Quirijns van Wageningen IMARES in overleg met kottervertegenwoordiger Wim de Boer bijgaand artikel laten plaatsen in Visserijnieuws (16 mei 2008).

Het commerciële vangstsucces (kg vis per dag) is een maat voor de visstand. Hoe hoger het vangstsucces, hoe groter het bestand. De ontwikkeling van het vangstsucces is daarom belangrijk voor beheerders, onderzoekers en vissers. Tot midden jaren negentig werden gegevens over het vangstsucces opgenomen in de bestandsschattingsmodellen. Toen duidelijk werd dat quotumbeperkingen een te groot effect hadden op het gemiddelde vangstsucces van schol, is besloten dit vangstsucces niet meer te gebruiken voor de bestandsschattingen: het vangstsucces was geen goede maat meer voor het scholbestand. Het vangstsucces van tong werd nog wel gebruikt.

Eén van de doelen van het project was van het vangstsucces van tong en schol weer een goede maat voor de visstand te maken. Daarvoor was een nieuwe methode nodig, die niet beïnvloed zou worden door quotumbeperkingen. Dankzij de inspanningen in het project is het gelukt om die nieuwe methode te ontwikkelen. Het vangstsucces is zo berekend, dat het motorvermogen en de quotumbeperkingen er geen invloed op hebben. Verder was het voor het eerst mogelijk om het vangstsucces ook per leeftijdsgroep te berekenen: een voorwaarde die door de ICES-werkgroep was gesteld voordat de gegevens in de bestandsschattingen zouden kunnen worden meegenomen. Naast gegevens over de Nederlandse vloot, zijn ook gegevens over de Engelse vlagschepen en de Deense vloot meegenomen. Daarmee is informatie van de hele Noordzee verwerkt in de uitkomsten. Tenslotte is onderscheid gemaakt tussen drie gebieden in de Noordzee: noord (boven de 55°N), midden (53-55°N) en zuid (onder de 53°N).

De resultaten van de nieuwe methode laten zien dat het gemiddelde vangstsucces voor schol door Nederlandse kotters sinds 1995 min of meer stabiel is gebleven. In de laatste jaren zien we een duidelijke toename in het vangstsucces in het noorden, tot een niveau dat vergelijkbaar is met het begin van de jaren negentig. Ook in de Deense en Engelse gegevens, afkomstig uit het noordelijke deel van de Noordzee, zien we deze toename. In het zuiden is het vangstsucces de laatste jaren juist afgenomen, dit zien we zowel in de Nederlandse als de Engelse gegevens terug. Het vangstsucces van tong is redelijk stabiel. De Nederlandse kotters laten een geleidelijke afname zien, terwijl de Engelse vlagkotters sinds 2002 een lichte stijging laten zien.

Het beeld van het vangstsucces dat voortkomt uit de nieuwe methode klopt met wat vissers zelf ook op zee zien. Dat bleek uit overleg met individuele schippers die meewerkten aan het project en ook tijdens een bijeenkomst, die eind april plaatsvond, waar de resultaten van dit onderzoek werden gepresenteerd. 

De methode is nu beschikbaar en de vraag is of de resultaten ervan snel gebruikt zullen worden in de bestandsschattingen. De Nederlandse visserijvertegenwoordigers, beleidsmedewerkers en onderzoekers van Wageningen IMARES staan achter het gebruik ervan. De bal ligt nu bij de internationale onderzoekers van ICES (International Council for the Exploration of the Sea). De ICES-werkgroep die de bestandsschattingen uitvoert komt begin mei bij elkaar. Omdat ze de opdracht hebben gekregen geen aanpassingen te doen in de werkwijze ten opzichte van vorig jaar, zullen de gegevens over het vangstsucces op dit moment niet worden gebruikt in de modelberekeningen. De gegevens worden alleen gebruikt om de uitkomsten van de modelberekeningen te toetsen. In het najaar van 2008 komt een werkgroep bij elkaar die de werkwijze van de bestandsschattingen onder de loep zal nemen. Daar zullen LNV, de visserijsector en Wageningen IMARES de resultaten van dit onderzoek indienen met als doel dat de werkgroep kan onderzoeken of het vangstsucces in de volgende jaren ook in de modellen opgenomen kan worden.
 



Print nieuwsbericht

Contact
Floor Quirijns
Onderzoeker Wageningen IMARES
floor.quirijns@wur.nl
»  meer Contact