De twee populaties zeehonden in de Waddenzee (gewone en grijze) groeien al een aantal jaren goed. Tellingen van de dieren die op zandplaten worden waargenomen geven niet de hele populatie weer, maar bieden wel een goede indruk van de ontwikkeling. Die tellingen lopen in het hele internationale Waddengebied voor de gewone zeehond op van circa 10.000 in 2002 tot ruim 24.000 het afgelopen jaar, en voor de minder talrijke grijze zeehond van enkele honderden in 2002 tot circa 3.300 in 2011. In het Nederlands deel van de Waddenzee ging het in 2011 om ruim 7.800 exemplaren van de gewone zeehond, met rond 1.400 pups, en om bijna 2.400 stuks grijze zeehonden met een 300tal pups.
Foto boven: Gewone zeehond - Phoca vittulina
Het aantal gewone zeehonden is daarmee sinds enkele jaren weer gestegen boven het niveau van vlak voor de virusinfectie die in 2002 ongeveer de helft van de populatie wegvaagde. Het aantal grijze zeehonden is ook flink hoger dan in 2002 maar op deze dieren had het virus van 2002 minder vat. De grijze zeehondenpopulatie is in Nederland vanaf ongeveer 1.990 aan het toenemen met een gemiddelde toename in de laatste jaren van 16% per jaar.
Als de aantallen dieren stijgen valt het te verwachten dat er ook steeds meer zwakke exemplaren tussen zullen zitten. Het grote aantal jonge dieren dat dit jaar wordt binnengebracht bij zeehondencentra is dan ook veeleer een gevolg van grotere omvang van de populatie in combinatie met ongunstige weersomstandigheden deze winter (veel stormen).
|
IMARES Wageningen UR stelt zich, in overeenstemming met internationale afspraken, al 20 jaar op het standpunt dat het opvangen, laten herstellen en weer terugzetten van zieke zeehonden niet bijdraagt aan het behoud van een gezonde populatie zeehonden in de Waddenzee. Dit standpunt wordt ook gedragen door een groot deel van de internationale wetenschappelijke gemeenschap die adviseert over het beleid en beheer t.a.v. zeehonden. |
 Foto: Grijze zeehond - Halichoerus grypus |
Dat laat onverlet dat het een activiteit is die een bijdrage levert en al geleverd heeft aan educatie en draagvlak voor de bescherming van de leefgebieden van de zeehond en de bedreigingen waaraan zeehonden blootstaan.
Op de gezondheid van de populatie heeft het opvangen en later weer terugzetten van jonge dieren echter eerder een negatieve invloed: het werkt tegen de natuurlijke selectie en dat kan uiteindelijk de hele populatie verzwakken.
Op o.a. deze grond adviseert de leidraad Opvang Gewone en Grijze Zeehonden van het voor natuur verantwoordelijke ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie een terughoudende opstelling bij de opvang van jonge zeehonden. Diezelfde positie kiezen de betrokken deelstaten van Duitsland, terwijl Denemarken zelfs helemaal met de opvang is gestopt.
Voor Nederland zou het in elk geval aan te bevelen zijn, vindt IMARES, om tot een meer selectieve opvang te komen dan die welke nu de praktijk is. Daarbij zouden gedeelde criteria moeten worden gehanteerd om dieren te onderscheiden die wel en die niet moeten worden opgevangen. Hierbij dienen naast populatiebiologische overwegingen ook veterinaire en ethische overwegingen te worden meegenomen. De weerstand en gezondheid van deze populaties van wilde dieren moeten daarbij in de visie van IMARES belangrijke overwegingen zijn.