|
Schelpdier hatchery/nursery/grow-out |
|
Acronym |
SHANGO |
|
Start & end date |
mei 2006 tot juli 2008 |
|
Funding & funded by |
Subsidieregeling Innovatie Aquacultuur (Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) en de Provincie Zeeland. |
|
Objectives |
- Het ontwikkelen, opschalen en testen van een prototype schelpdier hatchery/nursery/growout systeem in Nederland (op basis bestaande technieken).
- Het opstellen van een Businessplan voor een professionele hatcheries/nurseries (kwantitatief toereikend voor een deel van de jaarlijkse behoefte aan schelpdierbroed).
|
|
Summary |
Het project is allereerst gericht op de mossel en het ontwikkelen en uittesten van een prototype hatchery/nursery en grow-out systeem. In een business plan zal verslag gedaan worden van:
- het technisch ontwerp en de layout
- de technische, economische haalbaarheid
- de werkwijze, vastgelegd in protocollen
Een belangrijke schakel in de gecontroleerde keten is de overleving en de groei van het mosselbroed na de fase van de nursery op de bodem. Hoe sneller het broed de nursery kan verlaten hoe minder arbeid, voedsel, energie en water er nodig is voor de nursery fase. Op de bodem zal de aandacht worden gericht op factoren die de overleving kunnen vergroten. De ambitie van het project is minstens 500 miljoen mosselbroed op te leveren per jaar, dat levensvatbaar is op bodempercelen. Voor de grow-out is de ambitie om het rendement met minstens een factor twee te verbeteren. |
| Results |
Het project focust op het verder ontwikkelen van de benodigde technieken en het opschalen naar een niveau dat kwantitatief toereikend is voor een deel van de jaarlijkse behoefte aan schelpdierbroed. De resultaten van het project zullen duidelijk maken in hoeverre dit haalbaar is.
Onderhoud, conditionering en selectie van de ouderdieren Tot nu toe wordt gewerkt met de beste broedstock op basis van hatching rate en overleving van de larven. Dit zijn broedstocks uit Ierland en Shetland. Het is mogelijk om rijpe broedstock vroeg in het voorjaar bij een lage temperatuur te bewaren en deze te laten paaien tot het najaar. Er zijn verschillende test uitgevoerd waarbij de temperatuur langzaam wordt verhoogd en veel voedsel wordt toegevoegd. In 3 weken kunnen vette mosselen paairijp worden gemaakt. Momenteel wordt het effect van een contante hoge of lage temperatuur getest. Daarnaast worden verschillende algen dieten en voedings-supplementen getest.
Ontwikkelen en opschalen van een kostenefficiënt systeem voor algenkweek De bestaande batch cultures van Roem van Yerseke zijn opgeschaald tot 100 liter en er wordt CO2 toegevoegd. Dit werkt goed voor zowel de diatomeen als de flagellaten. De 100 liter batch cultures worden nu omgevormd tot continu cultuur. IMARES test de vlakke plaat reactor van de Wageningen Universiteit voor de soorten die voor de schelpdier hatchery van belang zijn: Isochrysis galbana, Pavlova lutheri, Chaetoceros calcitrans, en Chaetoceros gracilis. Skeletonema en Chaetoceros zijn gekweekt in bassins met grondwater. Dit gaf wisselende resultaten afhankelijk van de kwaliteit van het water. De kwaliteit fluctueerde nogal, vooral de hoeveelheid ijzer was soms een probleem, maar bij goede kwaliteit was in 5 dagen een concentratie van 1 miljoen cellen per ml te bereiken. Daarnaast is door verrijken met nutrienten van gefiltreerd zeewater in bassins algen bloeien geproduceerd. De soorten die dominant werden waren Dunaliela en Phaedactylum.
 Foto 1: Vlakke plaat reactor en bassins met algen
Ontwikkelen en opschalen van hatchery en nursery systemen Zes voedingssupplementen zijn getest. Een van de geteste supplementen leverde een hoger settlement succes. Een spat dieet op basis van voedingssupplementen is beschikbaar voor de markt. Verschillende algen soorten zijn getest. Hieruit bleek dat een hogere groeisnelheid wordt bereikt met Chaetoceros calcitrans, dan met Chaetoceros gracilis. Dit verschil in groeisnelheid bleef bestaan in de nursery fase. Groeisnelheden en overleving van de larven is verschillend voor larven van broedstock van verschillende herkomst. Larven van Grevelingen-broedstock laten een snellere groei en betere overleving zien dan larven van Oosterschelde. De opschaling van de larven kweek is uitgevoerd door gebruikmaking van flow-through tanks waar de larven in hogere dichtheden gehouden kunnen worden. Verschillende substraten zijn getest. Hieruit kan worden geconcludeerd dat veel substraten geschikt zijn voor vestiging van larven. De belangrijkste factor is echter welke substraten geschikt zijn voor grow-out van broedjes.
Foto 2: Broedjes in de hatchery van Roem van Yerseke
Verbeteren van de overleving van het zaad in het buitenwater Er zijn netten met broed naar buiten gebracht in hangcultuur opstellingen. Het broed vertoonde goede groei. Daarnaast is de overleving van hatchery broed getest door het uit te zaaien op een bodem perceel van Prins & Dingemanse in de Waddenzee gelijktijdig met MZI zaad en bodem zaad. Het hatchery zaad liet een lagere overleving zien dan MZI en bodem zaad.
|
|
Staff involved |
Pauline Kamermans, Ainhoa Blanco, Emiel Brummelhuis, Johan Jol, Marnix Poelman, Jeanet Allewijn, Frans Veenstra |
|
Position |
wetenschappelijke ondersteuning, coördinatie en management |
|
Cooperation Partners |
PO Mosselcultuur (hoofd aannemer) Roem van Yerseke (hatchery/nursery) Prins & Dingemanse (grow-out) | |