|
Samenvatting |
Drainwater dat vrijkomt in de glastuinbouw bevat zouten en voedingsstoffen die bij lozing een belasting op de watersystemen geven, hetgeen lozingsheffingen met zich meebrengt en waardoor tevens waardevolle nutriënten verloren gaan.
Het (beperkte) zoutgehalte (3 ppt of in geconcentreerde vorm 12 ppt) van het drainwater maakt het water mogelijk geschikt voor de kweek van brakwater (en adaptieve mariene) algensoorten. Hierdoor worden waardevolle nutriënten onttrokken en wordt de anorganische belasting van het drainwater lager. Het gekweekte algenproduct kan geschikt zijn voor een aanvullende teelt van een aquacultuurproduct zoals schelpdieren, deze kunnen aan elkaar gekoppeld worden.
Aangezien dergelijke mogelijkheden nieuw zijn, bestaan er nog een aantal onbekende factoren, zoals het selecteren van geschikte soorten algen voor kweek, de voedingswaarde van de oester en voedselveiligheidsrisico’s. Deze parameters worden onderzocht aan de hand van een deskstudie, gekoppeld aan laboratoriumexperimenten.
 De alg Brachiomonas submarina (foto NIOO-CEME)
|