Als de wolf de wadden weet - Wouter Klootwijjk

Als de wolf de wadden weet 
19 sep 2009, Dagblad van het Noorden

Wouter Klootwijk

Wilde dieren zijn ons lief en als ze niet uitkijken worden ze doodgeknuffeld. 'Hou daar nou toch eens mee op', zei de professor tegen Lenie 't Hart en haar volgelingen in Pieterburen. Hij zegt dat het verboden moet worden om kneusjes van zeehonden te verzorgen en terug te zetten. Het is de pest voor de populatie, zegt de Wageningse hoogleraar zeezoogdieren, Peter Reijnders. Een zeehondenpopulatie kan zich niet goed ontwikkelen als je de zielenpietjes het leven redt in een badhuis en ze later terug geeft aan de natuur. Zestien van elke honderd zeehondenbaby's belanden in de crèche en van een soort die als uitheems wordt beschouwd, de grijze zeehond die de Waddenzee verovert, wordt maar liefst 45 procent van de jonkies opgevangen en vertroeteld. Puur natuur? De toeristische trekpleister te Pieterburen reageert op kritiek met publicaties van andere biologen die andere dingen beweren en gaat gewoon door. Vissers langs de Noordzeekust, die met staande netten werken, de netten werken, de minst milieubezwaarlijke wijze van vissen, hebben meer last van zeehonden dan ooit.

Het zijn slimme beesten en aardslui. Ze zwemmen soms niet stiekem, de visser achter de boten aan en niet stiekem, de visser ziet ze lachen. Door hem te volgen weten ze waar hij straks zijn net uitzet. Kostelijke zeebaarzen zwemmen zich vast in de mazen van het staand want. De zeehond bijt het lijf van de kop af. De kop zit vast in het net en de zeehond vindt het niet de moeite waard om het er uit te pulken. Liever eet hij nog een staart. Zo komt het dat vissers netten vol koppen zonder staart ophalen en geen cent verdienen.

Maar we moeten sinds 1962 van de beesten houden. Voor die tijd werd er op gejaagd. Vissers, maar ook overheden dachten dat zeehonden te veel vis voor de vissers weg aten, maar ze leverden ook traan op en spek en naar men zegt is de lever erg lekker. Het wordt verteld in een prachtig boek over wat prachtig boek over wat zich in een niet zo ver verleden heeft afgespeeld rond het kleine, bijna geheime haventje Noordpolderzijl bovenin Groningen (Albert Flikkema en Siewert Meijer: Noordpolderzijl, uitgave van Stichting voorheen De Eendracht-Usquert). Er staat een krantenknipsel in afgedrukt uit 1900. Blijkt dat langs de hele kust van Groningen tot Zeeland, premies werden uitbetaald aan vissers en jagers die zeehonden aan wal brachten. De opvattingen zijn veranderd, zeehonden vallen nu onder natuurmonumentenzorg en de populatie van verwende nesten langs de Nederlandse kust eet geen bot meer, zoals weleer, maar de meest exquise vissen uit het bestand die eigenlijk voor mij bestemd waren.

Goed, dan eet ik maar een wild zwijn af en toe. Daar zijn er te veel van, zeggen mensen die er last van hebben. Dat maken wij wel uit, zeggen vrienden van het dier, die ook veel van de vossen houden. Ze hebben iets nieuws verzonnen. Niet de mensen moeten wilde zwijnen braden, we moeten ze bewaren voor de wolf. Hij komt uit Italië met zijn familie en trekt via Duitsland naar ons toe. Ooit woonden in Nederland wolven, dus horen ze hier, zeggen lui die over de natuur de leiding op zich genomen hebben. Ze hopen dat de wolven, die nu nog op 200 kilometer van onze oostgrens in Duitsland rondhangen, ons land weten te vinden om zich hier tegoed te doen aan reeën en zwijnen. Ik mag het niet, maar de wolven mogen mijn zwijnen wel opeten. Via Limburg zullen de wolven naar het noorden trekken en daar de zee zien die twee keer per etmaal droogvalt. Dan is het gedaan met de zielige zeehonden. Denkt u niet, vrienden van de natuur?
 


« Ga terug naar het Dossier Zeehonden
 
 
  
Print deze pagina